Foto: Didier Van Brussel

 Activiteiten  Verslagen - Reportages  2010: Daguitstap Saint-Omer 

Een dag vol natuur van de bovenste plank!

Op zaterdag 1 mei organiseerde onze Natuurpuntafdeling een daguitstap naar enkele natuurgebieden in noord-Frankrijk, in de streek rond Saint-Omer. Dertien mensen lieten zich verleiden om mee te gaan en zullen er geen spijt van hebben gehad!

Om 7 uur vertrokken we op de Markt van Wetteren. Het was behoorlijk mooi weer, maar voor de voormiddag hadden Frank en Sabine toch enkele buien aangekondigd. Na de middag zou er dan mooi lenterig weer aankomen. Wij dus richting Opaalkust en ja hoor: naarmate we de kust naderden, begon de bewolking toe te nemen. Toch konden we op de parking van het 'Réserve Naturelle du Platier d'Oye' de wandeling op het 'sentier découverte' droog starten. Al vlug bevonden we ons in de ruime vogelobservatiehut die aan een mooi duinmeer is geplaatst.

Het gebeurt wel vaker dat ik in zo'n vogelkijkhut denk: 'hier is niet veel te zien, konden ze deze kijkhut niet op een betere plaats zetten?' Maar hier in Platier d'Oye staat ze prima! Zonder de vogels te verstoren, zagen we er broedende kluten en kleine mantelmeeuwen. Op de eilandjes in het meer liepen steltkluten, groenpootruiters, kemphaantjes en kleine plevieren hun kostje bijeen te scharrelen. Op het water zagen we dan weer slobeenden, kuifeenden, wintertalingen en zelfs een mooi mannetje zomertaling.

Foto: Didier Van Brussel

De wandeling loopt voor een groot deel door de met duindoorn begroeide duinen. In dit ondoordringbaar struweel houden vele zangvogels zich schuil. Gelukkig zijn het zangvogels, waardoor we toch van hun aanwezigheid konden genieten. Nachtegalen, braamsluipers, zwartkoppen, fitissen, grasmussen, cetti's zangers, een sprinkhaanzanger en enkele zomertortels hielden er de moed in, ondanks de motregen die af en toe uit een dik wolkendek neerdaalde.

Dat vochtige weer is natuurlijk goed nieuws voor de amfibieën. We konden enkele rugstreeppadden vangen en ze uitvoerig bekijken én fotograferen. Een leuke soort die bij ons niet voorkomt. We hoorden nog de eerste wielewaal van deze lente en zagen verschillende gele kwikstaarten, drie soorten zwaluwen, enkele lepelaars en gierzwaluwen. Ondanks het grijze weer was het duidelijk: de lente is er volop! Tijdens de hele wandeling vonden we massa's winterpostelein langs het pad en vlogen er voortdurend krijsende grote sterns boven ons. Op het eind van onze tocht kregen we nog een frisse bui te verwerken en we besloten dan maar een cafeetje op te zoeken om er onze meegebrachte lunch binnen te spelen. Dit was immers geen ideaal picknickweer...

En zie: tijdens het middagmaal brak de zon voor het eerst weer door de wolken. Frank en Sabine hadden het ditmaal bij het rechte eind, want de namiddag was er inderdaad één met zeer behoorlijk lenteweer!

Onze wandeling in het 'Ré;serve Naturelle de Romelaëre' werd dan ook onder een stralende zon ingezet. De sfeer was meteen een stuk vrolijker en er werd volop genoten van de rijke flora en fauna van dit deel van de moerassen van de Audomarais, bij Saint-Omer. De wandeling voert je door het hart van deze moerassen op een mooi uitgebouwd netwerk van plankenpaden. Zonder natte voeten te krijgen, kan je dus genieten van echte moerasplanten zoals krabbescheer, puntkroos, kikkerbeet en moerasvaren. Ook mooie pollen pluimzegge en natuurlijk de uitgestrekte rietvelden horen bij een echt moeras.

Maar wat is een moeras zonder vogels? Juist: dat is geen echt moeras! Romelaëre is dat wel, getuige de aanwezigheid van talrijke rietzangers, kleine karekieten en bosrietzangers in de rietkragen en struwelen. We hoorden ze zelfs twee snorren met hun ratelende zang! De aanwezigheid van dergelijke super zeldzame soort bewijst dat dit topnatuur is.

Op de plassen en watergangen konden we bovendien futen, slobeenden en aalscholvers observeren. Die aalscholvers huizen er in een broedkolonie, die je prima kan bewonderen vanuit een alweer goed opgestelde vogelkijkhut. Tussen de broedende aalscholvers (hier en daar al met flinke aalscholvertjes) bouwden ook enkele paartjes kleine zilverreigers hun nestje.

Foto: Didier Van Brussel

Tijdens de hele wandeling konden we ook genieten van een ware roofvogelshow! Het begon al direct met enkele jagende boomvalken en daarna zorgde een overtrekkende kiekendief voor enige discussie. Was het een blauwe of een grauwe? De zeer slanke vleugels gaven uiteindelijk de doorslag: een zeldzame grauwe kiek moest dit zijn! Later konden we ook nog uitvoerig de bruine kiekendieven bewonderen, waarvan er verschillende paartjes nestelen in deze uitgestrekte moerassen. Een buizerd en een torenvalk kwamen het lijstje roofvogels verder aandikken, terwijl we steeds opnieuw boomvalken bleven spotten. In deze moerassen vinden ze natuurlijk een rijke dis, met de vele zwaluwen en libellen die hier leven.

Maar de klap op de vuurpijl moest nog komen! Ignace en ikzelf liepen te mijmeren over de visarend: het is nu volop trekseizoen voor deze elegante roofvogels en in zo'n moeras vol visrijke wateren zou zo'n beest toch zijn gading moeten vinden? Nog geen tien minuten later spotte Ignace een grote roofvogel boven de einder: een visarend! Eerst nog traag klapwiekend in de verte, maar steeds meer naar ons toe komende... Op het laatst vloog de prachtige roofvogel recht boven onze hoofden en konden we hem dus van heel dichtbij bewonderen. Gedurende wel vijf volle minuten bleef hij zijn airshow uitvoeren: een prachtige ervaring!

De zangvogels konden ondertussen volop zingen in dit lenteweer: nachtegalen, fitissen, zwartkoppen, kneus, groenlingen, putters, en cetti's zangers concerteerden er naast tiftjaffen, merels, pimpel- en koolmeesjes, zanglijsters en winterkoningen. Ook de dagvlinders fladderden vrolijk rond: we zagen ondermeer bonte zandoogjes, landkaartjes en oranjetipjes. Ook de mooie gouden tor werd gevonden en door Frans op naam gebracht.

Tevreden over al dit moois besloten we er nog een kalkhelling tegenaan te gooien. In Wavrans-sur-l'Aa ligt zo'n prachtige helling met honderden jeneverbesstruiken erop. Hier vinden de botanisten een klein paradijs! Zelfs zo vroeg in het voorjaar stonden er al orchideeën in bloei: tientallen bruine orchissen, maar ook verschillende mannetjesorchissen en grote keverorchissen troffen we er aan. Na aanwijzingen van een Brugse Natuurpunter die hier in de weekends verblijft, konden we ook op zoek naar een vindplaats van de zeldzame vroege spinnenorchis. Al snel vonden we de bijzondere soort: enkele tientallen exemplaren stonden er in volle bloei! Verder vonden we nog vleugeltjesbloem, wilde akelei, glad walstro, echte sleutelbloem, wilde hyacint, hauwklaver en bosanemoon.

We ontdekten er ook het zeer zeldzame bruin dikkopje, een dagvlindertje dat bijna uitsluitend op dergelijke kalkgraslanden voorkomt. Er leven hier trouwens wel meer bijzondere soorten insecten, maar onze tijd was stilaan op. Toch toverde Robert nog een hazelworm tevoorschijn, en dat was meteen het laatste wapenfeit van de dag. Of toch niet: we besloten in schoonheid op een Frans terrasje!

De aandachtige lezer heeft het al lang door: de titel van dit verslagje is hier wel op zijn plaats! Over deze boeiende trip zal nog vaak gesproken worden...

Uw verslaggever,
Antoon Blondeel.