Foto: Jean-Marie Broeckaert

 Activiteiten  Verslagen - Reportages  2010: Zeeland 

Twee dagen vogels kijken in Zeeland (16 & 17 januari 2010)

Op zaterdag 16 en zondag 17 januari trokken 10 Natuurpunters van onze afdeling Scheldeland naar de Nederlandse provincie Zeeland om er naar de winterse vogels te kijken. De vogels waren alom aanwezig en we genoten ervan. Maar ook het prachtige Zeeuwse landschap, de winterse kou en het leuke gezelschap zorgden voor een sfeervol weekend bij onze noorderburen...

Om 7 uur verzamelde ons gezelschap op de Markt van Wetteren en na een rustige rit bereikten we al vlug de Westerscheldetunnel. Door de Oostbuis ging het richting Zuid-Beveland. Bij het ochtendgloren bereikten we onze eerste halte: de Zandkreekdam, die het Veerse Meer scheidt van de Oostercschelde. De eerste typische wintergasten in dit land van water en dijken werden er voor de lens gehaald: smienten, rotganzen, krakeenden, bergeenden, wulpen, scholeksters, middelste zaagbekken, brilduikers, tafeleenden, dodaarzen en aalscholvers werden geobserveerd en bewonderd. Het zijn allen soorten die we de rest van het weekend nog in grote aantallen zouden terugzien. Ze zijn ongeveer overal aanwezig in Zeeland, gedurende de wintermaanden.

De inlagen van Noord-Beveland bieden niet alleen veel vogelgeweld, maar ook prima wandelmogelijkheden, vogelkijkhutten en natuurlijk oesters! Willy kon het niet laten en even later was de oesteroogst binnen... Tijdens een kort wandelingetje langs enkele van die inlagen (kreken) konden we, naast bovengenoemde soorten, ook een nonnetje (de vogel), brandganzen, grauwe ganzen, bonte strandlopers, zilverplevieren, rosse grutto's, kluten (niet in de Gentse betekenis van het woord), kuifeenden, slobeenden, kleine rietganzen en kleine zilverreigers bekijken.

Foto: Jean-Marie Broeckaert

De soortenlijst begon voor sommigen al indrukwekkend te worden. De meer ervaren Zeelandgangers weten dat er nog veel volgt... Even verder hielden we even halt aan een weiland waarop enkele honderden kleine rietganzen aan het pleisteren waren. Een bijzondere soort, ook al is ze in de Vlaamse kustpolders algemener dan in de Zeelandse polders.

Spoedig reden we over de nog steeds indrukwekkende stormvloedkering (die de Oosterschelde afscheidt van de Noordzee) naar het eiland Schouwen-Duiveland, waar we eerst een bezoekje brachten aan de natte weilanden aan de Plompe Toren. Deze toren is het enige overblijfsel van het dorpje Koudekerke, dat tijdens de Watersnoodramp van 1953 volledig door het water werd verzwolgen. Heel veel vogels zaten er deze keer niet, omdat de ondergelopen weilanden nog grotendeels bedekt waren met ijs. Toch konden we er een vrouwtje blauwe kiekendief spotten, naast buizerd, kemphaantjes, wulpen, smienten, krakeenden, slobeenden, scholeksters en bergeenden.

De magen begonnen nu wel te knorren en dus zetten we koers naar onze vaste stek in Zeeland op zaterdagmiddag: café De Heerenkeet, aan de Flauwersinlagen. We worden er altijd vriendelijk ontvangen en het is één van de weinige cafe's in Zeeland waar je de meegebrachte boterhammetjes mag opeten. Logisch eigenlijk: 's winters leeft dit café zowat van vogelkijkend Vlaanderen...

Na het verorberen van onze boterhammen en een kom lekkere snert (Hollandse erwtensoep met rookworst en zuurdesembrood) konden we weer tegen de kou. Een wandeling op de dijk langs de inlagen is echter toch niet voor mietjes: de snijdende wind doen je diep wegduiken onder sjaal en muts. Aangezien ook de vogels het er niet op begrepen hadden (behalve vele honderden smienten die op de rand van een wak zaten), besloten we maar rechtsomkeer te maken, naar de wagens. Bovendien vielen de eerste ijskoude regendruppels. We reden toch nog naar de kreken van Ouwerkerk, ook een dorp dat praktisch geheel werd overspoeld door de watervloed van 1953. In de zogenaamde 'caissons' (een soort reusachtige betonnen bunkers) die hier destijds werden aangesleept om de grote bres in de dijk te dichten, is nu een volwaardig museum uitgebouwd dat volledig gewijd is aan de noodlottige gebeurtenissen van toen. Een echte aanrader en voor ons was het een prima alternatief, daar de regen buiten duidelijk van langere duur zou zijn. Vanuit de wagens konden we evenwel nog enkele vogels bekijken op de kreken en in de polders er rond: de belangrijkste vondst was zeker de Ross' gans (een ondersoort van de sneeuwgans), die zich ophield tussen vele duizenden brandganzen.

Foto: Jean-Marie Broeckaert

We besloten de namiddag naar goede traditie in een cafeetje in het gezellige dorpje Brouwershaven. Daarna ging het richting Renesse, waar we ons hotelletje opzochten en ons er installeerden op onze kamers. Na een aperitief in de bar van het hotel en een gezellige babbel met de uitbaatster, wandelden we in een druilerige motregen naar ons restaurant in het dorp. Het diner smaakte voortreffelijk en de meesten gingen daarna nog naar onze Zeeuwse stamkroeg in Renesse. De laatsten sloten de zaak (rara, wie waren het?) en begaven zich ten langen leste ook maar naar de bedstee.

De volgende ochtend genoten we van een heerlijk en uitgebreid ontbijtbuffet en al vlug bleek dat dit een mooie dag zou worden: een stralende zon aan een helderblauwe hemel. Bovendien waren de temperaturen best aangenaam, na de veel koudere periode die er aan vooraf was gegaan.

Op Brouwerdam is het normaal gezien in de wintermaanden altijd steenkoud; daar zorgt de snijdende wind meestal voor. Dit keer was het echter uitzonderlijk luw en we konden dan ook blijven buiten staan, zonder dat de tranen uit onze ogen liepen door de koude wind en zonder trillende verrrekijkers en bevende handen: echte luxe eigenlijk. Iedereen die al enkele keren vogels ging kijken op Brouwerdam weet wat ik bedoel.

Maar door het rustige en zonnige weer waren wel beduidend minder zeevogels te zien. Bij kalme zee bevinden die zich te ver op het water, buiten bereik van verrekijker en telescopen. De steenlopertjes zorgen natuurlijk altijd voor mooie waarnemingen, en ook eidereenden, zaagbekken en brilduikers werden langdurig geobserveerd. Minder soorten dan anders, maar alles werd prachtig belicht en kon onder uitmuntende omstandigheden bewonderd worden.

Dat gold vooral voor de zeehonden . Maar liefst zes grijze zeehonden hielden zich op aan de spuisluis en we konden deze prachtige dieren langdurig bekijken en gadeslaan, terwijl ze zich schijnbaar ongestoord tegoed deden aan royale porties vis. Na elke duik onder het zilte water kwamen ze boven met een grote platvis (pladijs?) in de poten. Daar genoten ze dan zichtbaar van, enkel verstoord door opdringerige meeuwen die ook een stukje vis trachtten mee te graaien. Een unieke waarneming en zeker één van de hoogtepunten van het weekend!

Tevreden over al dit moois zetten we dan koers naar het volgende eiland, Goeree-Overflakkee. Dit eiland behoort eigenlijk tot de provincie Zuid-Holland, maar maakt eigenlijk ook deel uit van de Delta, die grotendeels in Zeeland ligt. Aan het haventje van Stellendam was het op het eerste gezicht rustig, maar op enige afstand op het wad zaten toch duizenden steltlopers: rosse grutto's, wulpen, bonte strandlopers, scholeksters, zilverplevieren, kanoetstrandlopers, drieteenstrandlopers, kluten en nog meer van dat fraais. Ook weer vele honderden smienten, rotganzen en grauwe ganzen.

Foto: Jean-Marie Broeckaert

Na een kop koffie in het dorp van Stellendam was het dan tijd voor een korte wandeling tot aan 't Kiekgat, een mooie kijkhut die uitgeeft op een moerassig gebied met open water en rietkragen. We konden er mooi de bruine kiekendief gadeslaan terwijl die aan het jagen was boven de rietvelden. Ook een behoorlijke groep overvliegende brandganzen en de aanwezige eenden konden wel bekoren, maar toch was het allemaal niet echt overweldigend. Of zijn we teveel verwend geworden?

Maar dan kreeg Guy dé vogel van het weekend in de kijker! 'Er zit daar een roerdomp' zei hij plots. Iedereen greep direct naar de verrekijker en ook door de telescoop werd de zeldzame reiger uitvoerig bekeken. Wel tien minuten lang stond en liep de mysterieuze vogel op het ijs. Iedereen kon het dier goed bekijken, voor hij weer in het riet verdween. Voor velen de eerste keer dat ze deze bijzondere verschijning te zien kregen. Nadien was iedereen het erover eens: dit was zonder twijfel het mooiste moment van dit weekend!

Tevreden stapten we terug richting de wagens, toen Willy op het water nog een dodaars zag zitten. Ik twijfelde toch even en richtte de telescoop op het beestje en ja hoor, het bleek een kuifduiker te zijn! Iets groter dan de dodaars, meer grijs dan bruin en vooral... veel zeldzamer. Opnieuw een mooie waarneming, onder prima zonnige omstandigheden. Meestal zie je die beestjes aan Brouwersdam op een woelige zee; nu dus gewoon op een spiegelglad wateroppervlak en met een lekker zonnetje er bovenop. Leuk.

Een laatste stop deden we dan aan de Scheelhoek, waar traditioneel veel ganzen zitten. Ook deze keer waren er duizenden brandganzen aanwezig, en Jean-Marie kon ze prima fotograferen. Ook konden we er de bruine kiekendief en de blauwe kiekendief samen zien jagen en vergaapten we ons aan de weerom duizenden smienten die de lucht ingingen op een gegeven moment. Aan de waterlijn opnieuw de bekende gevederde vrienden: wulpen, schollies, zilverplevieren, rosse grutto's, tureluurtjes, en ga zo maar door.

Foto: Jean-Marie Broeckaert

Guy toverde nog een heerlijke appelcake tevoorschijn, gebakken door zijn vrouw Nadine. Ze vergeet ons nooit en we lieten het alweer smaken. Bedankt Nadine, een fijne verrassing! Daarna reden we door de polders van Overflakkee naar de Philipsdam, om zo terug over te steken naar Schouwen-Duiveland. Nog even halt houden aan de gluurmuur daar, voor de laatste waarnemingen. Naast de eerder vermelde eenden, konden we hier toch ook enkele wintertalingen en een mooi groepje pijlstaarten bekijken. Dan werd het stilaan tijd om afscheid te nemen. We wensten elkaar nog een behouden terugreis en dan reden we terug naar Beveland. Daar de Westbuis in, terug onder de Westerschelde en na een vlotte rit stonden we al vlug weer op bekend terrein, de thuishaven dus.

Het was een zeer geslaagd winterweekend en over de plezante sfeer, de grijze zeehonden en de roerdomp zullen we nog vaak praten, dat is zeker. Bedankt aan alle deelnemers voor het fijne weekend!

Verslag: Antoon Blondeel